Op de huurmarkt is discriminatie nog steeds schering en inslag. Praktijktests kunnen hier het tij in keren. (foto: BAF)

Praktijktests tegen discriminatie bestaan in Gent en straks ook in het Brussels gewest. Ze verminderen effectief discriminatie en dragen bij aan het verdwijnen van het gevoel dat je straffeloos kan discrimineren. Er bestaat een anti-discriminatiewet, maar velen hebben het gevoel dat ze in de praktijk te weinig effect heeft. Maar vooral: de aankondiging dat er tests zullen gebeuren zorgt voor een directe en duidelijke vermindering van het aantal keren dat gediscrimineerd wordt. Het wérkt! Waar wachten we nog op om ze in te voeren, ook in Brugge?

Dat er discriminatie bestaat is een feit dat je niet kan ontkennen. Vooral bij het zoeken naar een betaalbare huurwoning of naar een job worden mensen met een laag inkomen, een andere huidskleur, een handicap of een vreemd klinkende naam gediscrimineerd. Er bestaat een wettelijk kader, maar er is meer nodig dan een wet om de praktijk van discriminatie te doen verdwijnen.

Liesbet Homans (N-VA) (foto: Flickr)

Over de vraag hoe je discriminatie moet aanpakken, is er meer controverse. De Vlaamse minister van Gelijke Kansen Liesbeth Homans en met haar de Vlaamse en federale regeringen vinden praktijktests geen goed idee. De regeringen vinden dat de sector zich zelf moet reguleren: de immobiliënsector bijvoorbeeld moet intern afspraken maken en zichzelf controleren. Dat is wel een zeer voluntaristische redenering: de belanghebbenden van een sector moeten zelf en op vrijwillige basis een praktijk die ingaat tegen de wet in hun sector aanpakken? Zo’n initiatief heeft weinig kans op slagen. Alsof je snelheidscontroles aan de autoconstructeurs zou overlaten, of de sociale inspectie aan de werkgeversfederaties… Vreemd toch, dat de Vlaamse en federale regeringen op vele terreinen hard en bestraffend optreden, maar in dit geval kiezen voor een bijzonder zachte aanpak.

In een artikel in De Morgen van 25 februari 2017 beschrijft filosoof Maarten Boudry wat er in Gent gebeurd is. Daar werden mensen van de vakgroep sociologie van de UGent betrokken bij de opzet van de praktijktests en is er een wetenschappelijk experiment aan verbonden. Een eerste keer belde iemand als “Mohammed” naar een immo-makelaar met de vraag of een appartement vrij was, de tweede keer als “Jan”. Voor de rest verliep alles hetzelfde. Er werden ook tests gedaan met andere verschillen: het al dan niet hebben van een sociale uitkering, of een fysieke handicap. De resultaten waren duidelijk. Wie een vreemde naam heeft wordt in één op de drie gevallen gediscrimineerd. Het hebben van een uitkering lokt nog meer discriminatie uit. En wie én een vreemde naam én een uitkering heeft, krijgt in drie op de vier gevallen meteen het deksel op de neus. Een opvallend bij-verschijnsel van het onderzoek was de vaststelling dat de loutere aankondiging dat er praktijktests zouden komen, er voor zorgt dat het aantal keren dat er effectief gediscrimineerd wordt, vermindert: het voorkomen van discriminatie daalt van 26 naar 10% van de gevallen.

Zo’n praktijktests zijn dus helemaal niet zo moeilijk en controversieel. Ze bestaan en ze dragen – nog steeds volgens Boudry – bij aan het tegengaan van een gevoel van straffeloosheid. Er bestaat immers een anti-discriminatiewet, maar die is moeilijk af te dwingen in de praktijk, waardoor er frustratie blijft hangen. Maar vooral: ze hebben een direct en duidelijk effect op het aantal keren dat discriminatie voorkomt. Het wérkt, eenvoudig gezegd, en het is helemaal niet zo moeilijk, complex of duur. Als je een instrument hebt dat werkt tegen discriminatie, waarom zou je dat dan niét willen inzetten? Waarom zou je het aantal gevallen van discriminatie niét willen verminderen? En voor alle duidelijkheid: het gaat niet alleen om discriminatie op basis van een donkere huidskleur of een vreemde naam, maar ook over de discriminatie van mensen met een Vlaamse naam en een blanke huid maar met een handicap of een uitkering. Het gaat over alle vormen van discriminatie.

Het zou naturlijk het beste zijn dat de Vlaamse of Belgische regering over heel Vlaanderen of België praktijktests zou organiseren. Dat lijkt niet te zullen gebeuren, ondanks vage beloftes daartoe van CD&V, mocht aangetoond worden dat de zelfregulering in onder meer de immobiliënsector geen resultaat heeft.

Als Vlaanderen het niet kan of wil, dan moet het maar op een lager bestuursniveau. De stad Gent heeft de weg getoond en de methodologie ligt klaar. Onlangs keurde ook het Brusselse parlement de invoering van praktijktests goed in het Brussels Gewest. Verantwoordelijk minister in Brussel is Bianca Debaets (CD&V): laat ons hopen dat zij de weg baant voor haar partijgenoten elders in het land.

Laat ons nu in Brugge ook de stap zetten. Enkele jaren geleden werd er een praktijkbevraging georganiseerd rond discriminatie op de woningmarkt. Wat met die bevraging verder gebeurd is en op welke manier er een gevolg aan gegeven wordt, hebben we niet meteen kunnen achterhalen. Dat de bevraging gebeurd is, toont de interesse en goede wil van het lokale beleid. Het organiseren van praktijktests is een logische volgende stap. Het zou in de lijn liggen van het positieve beleid dat de stad Brugge en het Brugse OCMW al enkele jaren voeren rond sociaal beleid, integratie en anti-discriminatie.

Waar wachten we nog op? De nood is reëel, de tijd is rijp. Doen!

Meer artikelen in deze categorie

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.