brugsalternatiefforum.be

Waarom het ene konijn het andere niet is

Waarom het ene konijn het andere niet is

animal-lawNaar aanleiding van Werelddierendag op 4 oktober stelt dierenrechtenorganisatie Gaia voor om dierenrechten in de Belgische Grondwet te verankeren, en dit naar voorbeeld van onze buurlanden Luxemburg en Duitsland.

Wanneer ik de tijd neem om de reacties hierover te lezen op sociale media valt me op dat het ‘rechten – en plichtenverhaal’ ook in deze veel medestanders vindt. Zelfs uit de hoek van schijnbaar belezen personen vallen deze commentaren te lezen. Rode draad is het idee dat bij in de Grondwet verworven rechten ook de bijhorende plichten horen. Als logische conclusie bij deze redenering hoort uiteraard dat dieren deze rechten niet verdienen, aangezien zij ook de bijhorende plichten niet kunnen voldoen.

Hier wordt, mijn inziens, echter voorbij gegaan aan een erg essentieel idee achter het voorstel: het idee dat we levende, voelende wezens beschermen en hen ook de nodige juridische bescherming geven om hieraan te voldoen. Hiervoor is echter een volledig andere kijk op de relatie mens-dier nodig.

14593417_10153886683396630_7113863_nHet idee dat dieren (non-menselijke wezens) minderwaardig zijn dan mensen (menselijke wezens) is een duidelijke vorm van ‘klassedenken’, speciesisme. Deze term verwijst naar het discrimineren tussen dieren op basis van hun diersoort. In de praktijk komt het vaak neer op het discrimineren van andere diersoorten door de mens. Rationaliteit wordt meestal gebruikt als het criterium om de mens als soort bovenaan de hiërarchie te plaatsen. De bekende dierenrechtenfilosoof Peter Singer stelt, naar analogie met een quote uit 1789 van de Engelse filosoof Jeremy Bentham, daar het lijden voor in de plaats. “The question is not Can they reason? nor Can they talk? but Can they suffer?” Wanneer we dus willen loskomen van het speciesistisch idee dienen we non-humane wezens evenzeer te bekijken als voelende wezens, met de bijhorende verlangens en noden. In het voorgestelde idee worden hiervoor vijf ‘vrijheden voor dieren’ voorgesteld, waaronder ‘vrij zijn van honger, dorst en ondervoeding’, ‘vrij zijn van pijn en lijden’ en ‘de vrijheid om voldoende normale, natuurlijke gedragingen te vertonen en te ontplooien’, om aan deze noden en verlangens te voldoen.

Nog al te vaak houden velen vast aan traditionele visies op dieren, waaruit steeds blijkt dat het dier toch vooral als middel wordt gezien, een middel dat ten dienste staat van de mens. Ze blijven hangen bij antieke visies van pakweg Aristoteles: planten zijn er voor de dieren; dieren zijn er for the sake of man. Of: De god van Thomas van Aquino had alles, dus ook de dieren, aan de mens onderworpen. En Kant: ‘they are means to an end. That end is man.’ Bij allen een onderscheid op basis van soort dus.

De ideeën rond dieren zijn echter geëvolueerd. De evolutiebiologie leert dat mens en dier dezelfde geschiedenis hebben en nauwe verwanten zijn. Er komt steeds meer wetenschappelijk bewijs dat (in elk geval gewervelde) dieren een vorm van bewustzijn hebben. Dieren kunnen dus lijden. Het gedateerde idee dat rationaliteit de graadmeter is om wezens rechten toe te kennen is dus niet meer van toepassing.

Wanneer we een maatschappij voorstaan waarin we niet uitgaan van de wet van de sterkste, maar waar we rekening houden met zwakkeren, dan vindt iedereen het normaal dat we kinderen en mensen met een handicap een sterke juridische bescherming bieden. Omdat zij niet in staat zijn deze rechten zelf af te dingen in geval van misbruik vindt iedere rechtgeaarde mens het dan ook volstrekt normaal dat hieraan het nodige gevolg aan wordt gegeven. Wanneer dit echter over niet-humane wezens gaat, springen sommigen op de barricades omdat dieren een dergelijke bescherming niet verdienen en dit dus vaak onder de noemer van het ‘rechten- en plichten’/rationaliteit verhaal. Echter: Rechten kunnen als functie hebben om de belangen van individuen te beschermen. Daar hoeven niet per se plichten tegenover te staan. Bijvoorbeeld: volgens artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is er een verbod op martelen. Daar staan geen plichten tegenover.

Dieren, aldus Singer nogmaals, hebben er evengoed als de mens belang bij om zich goed te voelen. Of nauwkeuriger gesteld: ze zullen een voorkeur hebben voor een situatie waarin ze zich goed voelen, boven een situatie waarin ze lijden. Als je dat wilt toegeven, is het dier ook een ‘doel op zich’ en roept het om die reden morele verplichtingen op. Heel simpel: de verplichting het goed te behandelen en wreedheid te voorkomen. In deze hebben zij dus dit recht om respectvol te worden behandeld, zonder dat zij hiervoor aan enige plichten moeten voldoen.

Het feit dat er wordt nagedacht over een herziening van de Grondwet t.a.v. dierenrechten is een logische stap in het ethisch-moraal denken hierover. Daar waar vegetariërs en veganisten tot voor kort erg makkelijk gemarginaliseerd werden, is in hoofdzaak vegetarisme ondertussen voor velen een aanvaard idee. Echter, met een steeds groter wordend bewustzijn omtrent dierenrechten, kan ook worden aangenomen dat ook de rechtspositie van dieren ter discussie zal worden geplaatst, zoals nu dus het geval is. Het voorstel van GAIA kan dan ook gezien worden in deze evolutie, waarbij de maatschappelijke discussie zich makkelijker openstelt voor het idee dat dieren niet ten dienste van de mens leven, maar dat hen het recht op leven wordt gegund en wordt gewaarborgd, en zoals voorgesteld in de “vijf vrijheden van dieren”.

Voor velen is dit echter een brug te ver want bij aanname van dit idee kan je niet stoppen bij je huisdier. Iedere normale mens zal een lief puppytje of een snoezig konijntje niet willen zien lijden. Wanneer dit konijntje een productiedier wordt, is het plots een heel ander verhaal. Dit intern conflict zorgt ervoor dat deze ommezwaai in het denken over de relatie mens-dier bij velen moeilijk ligt. Vraag is dus waar het voorstel van GAIA zal stoppen. Focussen we ons enkel op de usual suspects: onze hond, kat en goudvis of durven we verder te denken en ijveren we ook voor een waardig bestaan voor andere dieren? Denken we hierbij aan de mannelijke kuikentjes die door de hakselaar gaan omdat ze het verkeerde geslacht hebben, kippen die door hun poten zakken omwille van hun abnormale gewicht, varkens die onverdoofd gecastreerd worden, koeien die systematisch bezwangerd worden waarna hun kalfjes worden weggenomen, …

Er wordt dus niet gepleit voor een pensioenstelsel voor poezen, een vakbond voor labradors of de aansprakelijkheid van de steenmarter; Er wordt ook niet geijverd voor een pro-Deo advocaat voor de doodgetrapte mier, wel voor de nodige juridische bescherming van levende, voelende wezens, die momenteel een verwaarloosbare bescherming genieten. De bescherming, het welzijn en de waardigheid van dieren zijn fundamentele waarden van de Belgische Staat die erkend moeten worden door de hoogste instanties. De Belgische Grondwet dient te worden aangepast wordt zodat de bescherming, het welzijn en de waardigheid van dieren hierin opgenomen kan worden. De drogargumenten dat dieren de rationaliteit missen om rechten te krijgen omdat ze niet kunnen meestappen in het zo bejubelde plichtenverhaal is, mijn inziens, dan ook een dooddoener om een verdere, constructieve discussie monddood te maken, nog voor deze discussie kan gevoerd worden. En laat dat nu net zijn wat we zouden moeten doen.

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.