Niet kiezen is ook kiezen. Over de Antwerpse heisa over verkeersveiligheid

Mogen we het in Brugge even hebben over Antwerpen? Daar ontspon zich de laatste weken een verhelderende woordenstrijd. Of hoe je met woorden aan agendasetting kan doen. En hoe niet-kiezen soms een zeer radicale keuze is.

In veel thema’s pleit ik voor gematigdheid, voor een aanpak die de kool en geit spaart. Iets in het midden, het zoeken naar win-win-situaties, voor elk wat wils, een eerbaar compromis, je kent het wel. Maar er zijn thema’s waar zo’n aanpak averechts werkt. Verkeersveiligheid is er zo eentje.

Toen duidelijk werd dat er op korte tijd drie Antwerpse fietsers waren verongelukt, klonk de eerste reactie van het Antwerpse stadsbestuur verrassend gematigd. Het gaat om spijtige ongevallen, we kunnen de auto toch niet bannen, elk moet z’n plek krijgen in het stadsverkeer, iedereen moet z’n verantwoordelijkheid nemen…

De woordkeuze lijkt rationeel, opvallend rustig. Maar in een thema als verkeersveiligheid is het een extreme keuze. Er is een fundamenteel verschil tussen verkeer en andere thema’s, zoals bijvoorbeeld diversiteit, eerlijke fiscaliteit of sociale zekerheid. Waar gematigdheid in die andere thema’s wellicht de meest aangewezen weg is, is ze dat niet als het gaat over verkeersveiligheid. De openbare weg is ingericht op maat van de auto. Er is een structurele fout ingebakken in ons ruimtegebruik, zwakke weggebruikers trekken altijd aan het kortste eind. Het kan gewoon niet om alle vervoersmodi in de stad een “gelijkwaardige” plaats te geven. Op dit terrein is er geen win-win, het gaat in het verkeer om een zero-sum-game. De een zijn winst is de andere zijn verlies. Als je de auto een beetje laat winnen, laat je de fietser verliezen. De ruimte is beperkt en kan je niet “evenredig” verdelen.

Er is gewoon geen andere oplossing dan de alternatieven voor het autoverkeer in de stad uitbouwen, en dat kan alleen maar ten koste gaan van het autoverkeer. Een busstrook? Daar moet je een auto-rijstrook voor afschaffen. Een extra fietspad? Ook daar moeten een parkeerstrook of een auto-rijstrook voor verdwijnen. Het is of-of, niet en-en. Wil je kiezen voor verkeersveiligheid, voor zwakke weggebruikers? Dat kan niet anders dan kiezen voor oplossingen die het comfort, de snelheid en de toegang van het autoverkeer afremmen. Het gaat nu eenmaal niet anders. Maak het publiek niks anders wijs.

Als je de keuze niet wil maken, wees er dan ook duidelijk over. Of, aan de pers, toon in dat geval de scherpe keuze die schuilgaat achter zalvende woorden. Als je niet wil kiezen voor bijvoorbeeld conflictvrije kruispunten waar fietsers in gevaar zijn, dan kies je voor de doorstroming van het autoverkeer en tegen de verkeersveiligheid van zwakke weggebruikers. Zo helder is het. Verkeersveiligheid verdraagt geen compromissen.

Nog scherper wordt het als je woorden naast budgetten legt. Politieke keuzes worden duidelijk aan de hand van budgettaire keuzes. Al de lippendienst aan het openbaar vervoer ten spijt, blijkt uit de Vlaamse en Belgische begroting dat er wordt geïnvesteerd in het autoverkeer en bespaard op openbaar vervoer. Er was inderdaad een inhaaloperatie nodig in het onderhoud van autosnelwegen, maar het is ook een feit dat dat onderhoud wel héél veel geld opslorpt. En dat geld is niet meer beschikbaar om te werken aan fietsinfrastructuur, verkeersveiligheid, openbaar vervoer, enzovoort. Een uitstel van één jaar voor een autosnelweg maakt meteen grote sommen vrij die kunnen geïnvesteerd worden in, ik zeg maar wat, de NMBS. Niet dus, met deze regeringen. Om één voorbeeld te geven: Ben Weyts investeert in spitsstroken. Dat zal 63 miljoen euro kosten, zo heeft men geraamd. Mobiliteitsexpert Willy Miermans (Universiteit van Hasselt) is er kort over: dit soort ingrepen hebben hoogstens een tijdelijk effect. Niet meer dan een jaar of twee, en dan zijn de files op die plekken weer even lang. Weg zijn de centen die je aan verkeersveiligheid, openbaar vervoer of verdichting van functies had kunnen besteden. En je bent weer wat verder weg van een structurele oplossing.

Dus… Niet-kiezen is als het gaat over verkeersveiligheid en ruimtelijke ordening net een heel schérpe keuze. De enige opbouwende en gematigde houding is er een die radicaal kiest voor openbaar vervoer, stimuleren van alternatieven voor het autoverkeer, verkeersveiligheid, verdichten van functies, zorgen dat mensen zich minder verplaatsen, zorgen dat iedereen een alternatief heeft voor de auto, een andere ruimtelijke ordening… Iedere euro die we niet investeren in de alternatieven zal het probleem vergroten.

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2017/10/17/vlaanderen-krijgt-er-vier-nieuwe-spitsstroken-bij/

Boekenlegger op de permalink.

One Comment

  1. Tja, radicaal kiezen en politici hier..is ander Bier denk ik.. MAAR er zijn de witte raven die echt goede ideeen hebben: zoals ik las van liberaal:: aan kruispunten kan men zeker zaken verbeteren voor fietser/voetgangers:: niet meer van opzij gepakt worden:: door regeling verkeerslichten:: rood voor Alle autos, Groen voor Alle voetgangers/fietsers! (dan wel er voor opletten dat zo geen ongelukken gebeuren, met die vlugge elektrische fietsen .. en speedie lopers hi//tja, Weyts: JAMMER! nie goe bezig: bespaart in openbaar vervoer zelfs! EN WANNEER KOMEN HIER NU DE KLEINE BUSSEN?? kan er nu geen één fabriek zijn hier die die dingen maakt?? Hallo brugeoise? fabriek die steeds kleiner word.. dit is toch een openliggende markt met toekomst?? Brugge; groot in kleine dingen ..zoals maken van buskes?? en de Lijn kan toch zoals vroeger bij den NMBS– minder managers.. die geld opdoen toch?

Geef een reactie