Keer op keer maken de Vlaamse en federale regering foute budgettaire keuzes. Ze kiezen systematisch voor wie al rijk is. Dat was zo met de tax-shift (een cadeau aan de werkgevers), door de huurwaarborg van twee naar drie maanden te brengen, door het verleggen van de focus van fiscale naar sociale fraude, door voor miljarden euro’s militair materieel te kopen… De lijst is lang. En nu dus de erfbelasting: een cadeau van 117 miljoen euro aan de rijkere middenklasse. Weer een gemiste kans.

Toegegeven, “belasting”, dat klinkt niet sympathiek. Zeker niet als politici die belasting omschrijven als “een belasting op verdriet”. Veel visie moeten we niet zoeken achter dit soort uitspraken, ze zijn niet meer dan een poging om populair uit de hoek te komen in een verkiezingsjaar. De erfbelasting is een klassiek liberaal idee. Een detail dat Gwendolyn Rutten even “vergeet”. Liberalen zijn altijd voorstanders geweest van een vrij hoge erfbelasting, omdat het de meest rechtvaardige manier van belasten is. Met een hoge erfbelasting hoef je minder belasting te heffen op arbeid of consumptie, verstoor je de economie niet en brengt je iedereen in een gelijke positie aan de start. Een liberaal wil iedere mens gelijke kansen geven om er iets van de maken, zonder dat de ene veel meer kansen krijgt dan de ander, alleen maar omdat hij of zij in een rijke familie geboren is.

Erven bestendigt de ongelijkheid. Onderzoekers als Piketty hebben dat duidelijk aangetoond. Enkel tussen 1950 en 1970, toen er fors aan inkomensherverdeling werd gedaan en de lagere middenklasse aan koopkracht won, nam het belang van geërfd fortuin af. Sinds de jaren ‘80 is het weer snel gestegen. Wie rijk is blijft rijk, net omdat je kan vertrekken van een geërfd vermogen. Wie niet rijk is, heeft het moeilijker om ook een vermogen te verwerven en blijft dus meestal arm.

Eigenlijk is er geen fundamenteel probleem met de erfbelasting zoals ze was. Het gemiddeld betaalde tarief is 12%. Dat is alvast véél minder dan de tarieven op arbeid. Tussen ouders en kinderen die een gezinswoning en wat geld te vererven hebben, gaat het in de meeste gevallen maar om 3%. Heel veel rijkere mensen slagen er in om de de hoogste schijven van 45 en 65% te omzeilen. Een hervorming had zich moeten toespitsen op enkele kleinere aspecten die inderdaad beter kunnen: het vrijstellen van de gezinswoning en erfenis aan de langstlevende echtgenoot, de tarieven tussen broers en zusters, de hoogste schijf van 65%, het erkennen en gelijkstellen van nieuwe samenlevingsvormen, bijvoorbeeld. Dat kunnen budget-neutrale aanpassingen zijn als tegelijk de achterpoortjes die het mogelijk maken dat de grote vermogens ontsnappen aan de hogere tarieven gesloten worden. De schenking van roerend goed onder levenden wordt altijd aan 7% belast, ook als het gaat over hele grote sommen. Dit is geen kleine, maar hele grote achterpoort…

Maar belangrijkste van al: de 117 miljoen die nodig is voor dit nutteloze cadeau aan de rijkere middenklasse had kunnen ingezet worden om de economie een boost te geven. Door bijvoorbeeld te investeren in sociale woningbouw (goed voor wie op de wachtlijst staat én voor de bouwsector). Om meer aan onderzoek en innovatie te doen, om te investeren in de kenniseconomie (België hinkt achterop, dat weten we al jaren). Om de overgang naar een duurzaam energiebeleid te maken. Om de kloof op de arbeidsmarkt te dichten, om werk werkbaar te houden voor oudere werknemers, om jongeren aan een startersbaan te helpen. Maar nee hoor, die 117 miljoen is weg. Weggegeven aan mensen die het niet nodig hebben en de Belgische economie blijft aanmodderen.

Conclusie: de regering heeft de ongelijkheid in stand gehouden, met een populistische, kortzichtige maatregel. De rijken zullen rijk blijven, de armen blijven arm. Wie arm is heeft niks te erven en profiteert dus niet mee. U weet waarvoor u kiezen gaat, in oktober 2018 en in de lente van 2019.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.